In 2025 investeerde Maastro op verschillende fronten in de kwaliteit en effectiviteit van protonentherapie. En in manieren om deze vorm van orgaansparende bestraling toegankelijker te maken voor patiënten die er aantoonbaar baat bij hebben. Judith van Loon (radiotherapeut-oncoloog en co-bestuurder bij Maastro) blikt terug op de belangrijkste stappen die zijn gezet.


Protonentherapie kán voor veel patiënten zinvol zijn (en vergoed worden) - maar dit moet per patiënt bekeken worden. “Voor verwijzers is het soms lastig in te schatten hoe groot de kans is dat de patiënt baat heeft bij protonentherapie. Daarom hebben we in 2025 een landelijke ‘verwijzersmatrix’ geïntroduceerd, waarmee dit bij elke patiënt eenvoudig kan worden ingeschat. Het gebruik van de matrix hebben we bij vier grote verwijzende centra toegelicht.”
Als een arts vervolgens een patiënt doorverwijst, moet Maastro een planvergelijking maken tussen fotonen- en protonenbestraling. De doorlooptijd daarvan is in 2025 verder teruggebracht, voor de meeste doelgebieden tot maximaal 36 uur. “We onderzoeken of dit met AI nog sneller kan. Nu berekent een laborant het plan nog handmatig. Het zou fantastisch zijn als verwijzers een scan van de tumor en het omringende gebied kunnen uploaden, waarna een systeem direct uitrekent hoeveel winst protonentherapie oplevert. Dat zou de drempel voor verwijzing enorm verlagen en het proces voor de patiënt verder versnellen.”

Omdat patiënten tijdens een behandeling met protonentherapie enkele weken lang elke dag in Maastricht moeten zijn, heeft Maastro al een patiëntbegeleider die hen volledig ontzorgt, bijvoorbeeld bij het regelen van accommodatie.
“Met één centrum hebben we daarnaast afgesproken dat wij patiënten al bellen zodra de verwijzer een planvergelijking heeft aangevraagd. Zo kunnen we alvast vragen bespreken en zorgen wegnemen. Dat geeft ze net wat meer tijd om alles op een rijtje te zetten, want de beslissing om al dan niet met protonentherapie behandeld te worden, kan patiënten behoorlijk overvallen.”
De techniek voor protonentherapie blijft zich ontwikkelen. “We onderzoeken sinds vorig jaar ook de optie van een zogenoemde ‘boogbestraling’ bij protonentherapie, iets dat we bij reguliere bestraling met fotonen al langer deden.” Hierbij draait het bestralingstoestel in een continue boog om de patiënt heen, waarbij de bundel voortdurend wordt aangepast aan de tumorvorm. Een ander lopend onderzoek richt zich op het combineren van protonen- en fotonenbestraling. “We onderzoeken of dit voor bepaalde behandelingen een manier is om het risico op schade aan kritieke organen, zoals de oogzenuw, nog verder te verkleinen.”
Ook landelijk wordt er samengewerkt op het gebied van onderzoek. Zo werd een onderzoeksvoorstel goedgekeurd naar technische oplossingen voor het bestralen van tumoren die bewegen door de ademhaling. “Bij protonentherapie luistert dit extra nauw, maar de oplossingen die we hiervoor bedenken kunnen straks ook gebruikt worden bij het verbeteren van reguliere fotonentherapie.”
Protonentherapie wordt vaak gecombineerd met andere, op medicatie gebaseerde behandeling, zoals immunotherapie. De wisselwerking tussen de verschillende behandelmethoden is onderwerp van studie.
Judith: “KWF Kankerbestrijding heeft een onderzoeksvoorstel goedgekeurd waarmee we fundamenteel onderzoek gaan doen naar de vraag hoe protonen het immuunsysteem beïnvloeden. Omdat de bestraling veel gerichter is, blijft het afweersysteem mogelijk beter intact, wat de effectiviteit van immunotherapie zou kunnen verhogen.”
De effectiviteit van nieuwe behandelingen wordt in wetenschappelijke studies gevolgd, en dat leidt soms tot onverwachte uitkomsten. In 2025 wees een voorlopige analyse van onderzoeksresultaten uit dat protonentherapie bij patiënten met een specifiek type hersentumor (glioom graad 3) een lagere vijfjaarsoverleving zou opleveren dan bij reguliere fotonenbestraling.
Dat resultaat was onverwacht en was voor de drie Nederlandse protonencentra reden om behandeling van deze groep voorlopig stop te zetten, in afwachting van nader onderzoek. “De eerste analyse was gebaseerd op een relatief kleine onderzoeksgroep – 51 patiënten in de protonengroep met een graad 3-glioom – en veel is nog onduidelijk”, zegt Judith. “We verzamelen samen met de andere protonencentra nu zoveel mogelijk relevante data, om te kunnen onderzoeken of de eerdere uitkomsten samenhangen met de soort therapie of dat andere medische factoren een rol spelen.”
In de tussentijd hebben de drie protonencentra gezamenlijk opgetrokken bij het informeren van zowel patiënten als neurologen, om zoveel mogelijk duidelijkheid te verschaffen.
In Nederland is al in 2013 besloten om dit niet met klassieke, gerandomiseerde studies te doen. In plaats daarvan zijn er voor verschillende tumorsoorten modellen ontwikkeld, waarmee per patiënt voorspeld kan worden wat de impact en de kans op bijwerkingen is, op basis van de stralingsdosis op gezonde organen.
Judith: “Voor het hoofd-halsgebied kijken we bijvoorbeeld naar de kans op slikklachten of een droge mond. Bij longkanker naar de impact op het hart, de slokdarm en de longen.” Die modelmatige voorspellingen bepalen vervolgens of protonentherapie bij een individuele patiënt vergoed wordt of niet. Alle patiënten die met protonentherapie zijn behandeld, worden intensief gevolgd, zodat in de toekomst bekeken kan worden of de modellen op basis van de uitkomsten moeten worden aangepast.
Deze benadering was uniek voor Nederland en wordt inmiddels ook in andere landen toegepast, zoals Denemarken. “Protonentherapie is duurder dan reguliere bestraling, dus puur vergoeden op basis van dosisvoordeel, zoals sommige andere landen doen, is moeilijk te verantwoorden. Aan de andere kant zou een gerandomiseerde studie betekenen dat loting bepaalt of iemand wel of geen protonentherapie krijgt, ook als je eigenlijk al weet dat je er veel gezond weefsel mee zou sparen. Dat is lastig aan patiënten uit te leggen.”
“Met onze gereguleerde, modelmatige benadering hebben we een evenwichtige middenweg gevonden. Dat neemt niet weg dat we hiernaast de uitvoerbaarheid onderzoeken van studies die een rechtstreekse vergelijking tussen fotonen- en protonenbehandeling mogelijk maken.”
Jaarverslag Maastro
De beste kankerbehandeling. Met zo min mogelijk bijwerkingen, zodat patiënten een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven behouden. Daar maken we ons bij Maastro elke dag sterk voor. Zowel in de dagelijkse praktijk van onze bestralingskliniek, als op onderzoeks- en ontwikkelafdelingen.
In dit jaarverslag nemen we je mee in de vragen, keuzes en uitdagingen die we daarbij tegenkwamen in 2025. Wat hebben we vorig jaar bereikt, voor de patiënt van vandaag én morgen?
In 2025 behandelden we 4.784 patiënten. En achter elke behandeling schuilt een uniek persoon, met een eigen verhaal. Met eigen vragen, onzekerheden, wensen en behoeften. Hoe ervaren zij de zorg die ze bij Maastro hebben ontvangen?
Bekijk deze video voor het verhaal van Jan-Tjitte Meindersma, die door darmkanker getroffen werd.
Met ons werk hebben we impact. Op de kwaliteit van leven van onze eigen patiënten. En, via wetenschappelijk onderzoek en innovaties, op de kwaliteit en effectiviteit van radiotherapie in het algemeen. Hoe groot die impact is? Een greep uit enkele veelzeggende cijfers...
Hoe kunnen we iemand met maximaal effect en zo min mogelijk bijwerkingen behandelen? Die vraag staat centraal bij elk behandelplan dat we maken – maar leidt óók tot innovaties die de zorg fundamenteel verbeteren. En niet alleen bij Maastro zelf.
Ontdek het verhaal achter een unieke applicator, waarmee we brachytherapie mogelijk maken voor patiënten met endeldarmkanker – en niet alleen in Nederland (video).

Protonentherapie is een unieke, orgaansparende vorm van bestraling. Maastro is een van de drie klinieken in Nederland die deze therapie aanbiedt. Wat hebben we in 2025 gedaan om deze behandeling verder te verfijnen, en toegankelijker te maken voor meer patiënten?
Lees het interview met Judith van Loon.
Maastro staat met één been in de dagelijkse zorgpraktijk, en met het andere in de wereld van wetenschappelijk en toegepast onderzoek. Ook in 2025 waren onze hoogleraren, samen met tientallen onderzoekers en promovendi, weer volop bezig de zorg voor kankerpatiënten te verbeteren - binnen Maastro én (ver) daarbuiten.
We vroegen hen: wat onderzoek je, waarom en wat heeft het vorig jaar opgeleverd?
Zorg verbeteren, dat doen we met elkaar. Honderden collega’s zetten zich elke dag in, voor baanbrekend onderzoek, effectievere behandeling, een betere patiëntervaring en nog veel meer. Werk dat niet altijd even zichtbaar is, maar een enorme impact heeft.
Met de Maastro Awards zetten we elk jaar drie van hen in de schijnwerpers. Wie gingen in 2025 met het felbegeerde beeldje naar huis?
Wat hebben al onze inspanningen op het gebied van zorg, onderzoek en innovatie in 2025 opgeleverd? Bracht het wat we ervan verwachtten, en wat zijn de volgende stappen die we met Maastro willen zetten – onder meer bij het inzetten van AI en in het verder verbeteren van de samenwerking met netwerkpartners?
In deze video maken onze bestuurders Roel Goffin en Regina Beets-Tan de balans op, en blikken ze vooruit naar de kansen en keuzes voor de komende jaren.