Onze hoogleraren
Liesbeth Boersma, Klinisch onderzoek
Klinisch onderzoek doen is een tak van sport die vaak om geduld vraagt – zeker bij borstkanker, waar Liesbeth Boersma als hoogleraar radiotherapie op focust. Veel studies gaan immers over behandelkeuzes waarvan je de impact pas na vijf of tien jaar kan meten. Hoe gaat Liesbeth daarmee om?


2025 was zo’n jaar waarin een belangrijke studie uit het verleden weer volop in de schijnwerpers kwam te staan. In 2010 initieerde Liesbeth een landelijke studie naar de vraag hoeveel bestraling nodig was bij borstkankerpatiënten die vóór de operatie al chemotherapie hadden gehad.
“Dat kwam voor 2010 nauwelijks voor”, blikt Liesbeth terug. “Na een operatie onderzochten we het weggenomen weefsel om het risico op terugkeer van de tumor in te schatten. En op basis daarvan bepaalden we dan of we meer of minder uitgebreid moesten bestralen.”
Naarmate steeds meer patiënten voor de operatie al chemotherapie kregen, werd die afweging een stuk complexer. “Wat als een patiënt heel goed op die chemotherapie had gereageerd? Uit voorzorg werd nog bestraald op basis van de situatie van vóór de chemokuur, maar we hadden het gevoel dat we aan het overbehandelen waren.”
In de zogenaamde RAPCHEM-studie werd daarom een nieuwe aanpak onderzocht, waarbij patiënten in drie risicoklassen werden ingedeeld. Alleen bij de hoog-risicogroep werd de normale, ‘volledige’ bestraling toegepast. “Bij de andere twee groepen zijn we minder gaan bestralen, waarbij je die groepen wel heel goed moet volgen om zeker te weten dat het veilig is.”
Pas in 2025 waren de ‘tienjaarsresultaten’ van de betrokken patiënten beschikbaar voor analyse. Een spannend moment, met een positieve uitkomst. “Uit de data blijkt dat het risico op tumorterugkeer ook bij de twee groepen die minder bestraling hebben gehad, nog steeds heel laag is. Oftewel, het suggereert dat we bij veel patiënten inderdaad veilig minder kunnen bestralen.” Suggereert? “Ja, omdat dit geen klassieke, gerandomiseerde studie is, kunnen we geen definitieve uitspraken doen. Maar onze bevindingen worden ondersteund door vijfjaarsresultaten uit een andere studie, in de VS.”

Een waardevolle conclusie met belangrijke impact op een grote groep patiënten. Al lieten de volgende vragen niet lang op zich wachten. Liesbeth: “Het behandellandschap is de afgelopen tien jaar namelijk weer veranderd. Bij de patiënten in onze studie zijn bijvoorbeeld nog alle okselklieren verwijderd, terwijl dat inmiddels veel minder vaak gebeurt. Dus loopt er alweer vervolgonderzoek om te zien of onze aanpak ook in de huidige praktijk veilig is.”
Is het niet frustrerend dat je op die manier eigenlijk altijd achter de feiten aanloopt? Een beetje wel, proef je uit Liesbeths verhaal. Ze is dan ook benieuwd naar de uitkomst van een lopend onderzoek naar mogelijke ‘surrogate endpoints’. Dit zijn aanwijzingen – markers in het bloed, of kenmerken op scans of in weggenomen weefsel – die helpen voorspellen of de tumor helemaal zal verdwijnen of niet.
“Zo zou je veel sneller kunnen beoordelen of de bestraling heeft gewerkt en wat de impact op de uiteindelijke overlevingskans is. En dat biedt weer mogelijkheden om de behandeling verder te verfijnen. Bij specifieke patiëntengroepen met een agressieve tumor zouden we zo bijvoorbeeld beter kunnen onderzoeken of we de tumor gevoeliger voor bestraling kunnen maken door bestraling te combineren met medicatie.”
Om via surrogate endpoints de impact van bestraling op een tumor te onderzoeken, moet die wel nog aanwezig zijn. “Daarom zou de huidige volgorde – eerst opereren, dan bestralen - moeten worden omgedraaid”, zegt Liesbeth. “Dat zou ook weer een voordeel kunnen zijn voor patiënten die een borstreconstructie willen. Nu moeten die vaak wachten tot een jaar na operatie, omdat we niet een gereconstrueerde borst willen bestralen. Maar bij een omgekeerde volgorde zou de reconstructie tegelijk met de amputatie kunnen plaatsvinden.”
Er loopt momenteel een pilotstudie naar dit scenario. “En we willen graag meedoen aan een trial in België, waarin de effecten van deze nieuwe benadering op de kwaliteit van leven onderzocht worden. Daarin wordt de helft van de patiënten eerst bestraald, gevolgd door een operatie met directe reconstructie. De andere helft wordt bestraald na de amputatie, en krijgt pas later een reconstructie.”
Oftewel: 2025 was een jaar van bemoedigende antwoorden én veel nieuwe vragen. Het hoort erbij, en Liesbeth is nog altijd enthousiast over haar werk. Niet alleen vanwege de ontegenzeglijk grote impact op patiënten. “Als je bijvoorbeeld ziet dat Fleur Mauritz, een van onze arts-assistenten, voor haar analyse van de RAPCHEM-data een prestigieuze award wint… Echt geweldig. Ik geniet ervan om te zien hoe een nieuwe generatie zulke complexe materie oppakt, en om ze bij die groei en ontwikkeling te begeleiden.”
Liesbeth is ook nauw betrokken bij het evalueren en verfijnen van Samen Beslissen: een breed gedragen methode waarbij arts en patiënt samen de mogelijkheden, medische impact én persoonlijke voorkeuren van de patiënt afwegen.
“Een van mijn PhD-studenten, Madeline Therrien, is bijvoorbeeld bezig onze keuzehulp voor borstkanker te updaten, om die toegankelijker te maken voor mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden. Waarbij we allereerst minder in algemene symptomen willen praten, meer over de impact op het dagelijks leven: kun je de was nog ophangen of op een racefiets zitten?”
“Ook experimenteren we met nieuwe manieren om risico’s te visualiseren. En samen met het IKNL werken we aan een dashboard, 'Patients Like Me', waarin patiënten ervaringen van anderen in vergelijkbare situaties kunnen zien.”

Naast de RAPCHEM-studie hield Liesbeths groep zich in 2025 met de nodige andere nieuwe vragen bezig:
Jaarverslag Maastro
De beste kankerbehandeling. Met zo min mogelijk bijwerkingen, zodat patiënten een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven behouden. Daar maken we ons bij Maastro elke dag sterk voor. Zowel in de dagelijkse praktijk van onze bestralingskliniek, als op onderzoeks- en ontwikkelafdelingen.
In dit jaarverslag nemen we je mee in de vragen, keuzes en uitdagingen die we daarbij tegenkwamen in 2025. Wat hebben we vorig jaar bereikt, voor de patiënt van vandaag én morgen?
In 2025 behandelden we 4.784 patiënten. En achter elke behandeling schuilt een uniek persoon, met een eigen verhaal. Met eigen vragen, onzekerheden, wensen en behoeften. Hoe ervaren zij de zorg die ze bij Maastro hebben ontvangen?
Bekijk deze video voor het verhaal van Jan-Tjitte Meindersma, die door darmkanker getroffen werd.
Met ons werk hebben we impact. Op de kwaliteit van leven van onze eigen patiënten. En, via wetenschappelijk onderzoek en innovaties, op de kwaliteit en effectiviteit van radiotherapie in het algemeen. Hoe groot die impact is? Een greep uit enkele veelzeggende cijfers...
Hoe kunnen we iemand met maximaal effect en zo min mogelijk bijwerkingen behandelen? Die vraag staat centraal bij elk behandelplan dat we maken – maar leidt óók tot innovaties die de zorg fundamenteel verbeteren. En niet alleen bij Maastro zelf.
Ontdek het verhaal achter een unieke applicator, waarmee we brachytherapie mogelijk maken voor patiënten met endeldarmkanker – en niet alleen in Nederland (video).

Protonentherapie is een unieke, orgaansparende vorm van bestraling. Maastro is een van de drie klinieken in Nederland die deze therapie aanbiedt. Wat hebben we in 2025 gedaan om deze behandeling verder te verfijnen, en toegankelijker te maken voor meer patiënten?
Lees het interview met Judith van Loon.
Maastro staat met één been in de dagelijkse zorgpraktijk, en met het andere in de wereld van wetenschappelijk en toegepast onderzoek. Ook in 2025 waren onze hoogleraren, samen met tientallen onderzoekers en promovendi, weer volop bezig de zorg voor kankerpatiënten te verbeteren - binnen Maastro én (ver) daarbuiten.
We vroegen hen: wat onderzoek je, waarom en wat heeft het vorig jaar opgeleverd?
Zorg verbeteren, dat doen we met elkaar. Honderden collega’s zetten zich elke dag in, voor baanbrekend onderzoek, effectievere behandeling, een betere patiëntervaring en nog veel meer. Werk dat niet altijd even zichtbaar is, maar een enorme impact heeft.
Met de Maastro Awards zetten we elk jaar drie van hen in de schijnwerpers. Wie gingen in 2025 met het felbegeerde beeldje naar huis?
Wat hebben al onze inspanningen op het gebied van zorg, onderzoek en innovatie in 2025 opgeleverd? Bracht het wat we ervan verwachtten, en wat zijn de volgende stappen die we met Maastro willen zetten – onder meer bij het inzetten van AI en in het verder verbeteren van de samenwerking met netwerkpartners?
In deze video maken onze bestuurders Roel Goffin en Regina Beets-Tan de balans op, en blikken ze vooruit naar de kansen en keuzes voor de komende jaren.